Stellingen

 

1. Ondanks hun conservatieve imago waren het vooral de geestelijken die ingrijpende vormveranderingen bij de paramenten initieerden. 

2. In de eeuw die bij uitstek het romantische beeld van de biddende en bordurende kloosterlinge koesterde – de negentiende eeuw – was borduren vooral een commerciële aangelegenheid.

3. Economische en culturele veranderingen leidden in de negentiende en twintigste eeuw tot een andere visie op de geschiktheid van man of vrouw voor het beroep van borduurwerker.

4. Franz Bock is het ultieme voorbeeld van de gedreven negentiende-eeuwse verzamelaar: vernietiging (van de oorspronkelijke context) en behoud (van het fysieke object) gingen hand in hand.

5. De ontkerkelijking heeft een dramatische afname van kennis van en waardering voor het eigen christelijke erfgoed teweeggebracht.

6. De mechanisatie van de textielindustrie en de ontwikkeling van nieuwe grondstoffen, zoals kunstzijde en Chinees gouddraad, hebben geleid tot een sterke daling van zowel de kosten als de waardering van paramenten.

7. De kunstnijverheid staat in de westerse cultuur volledig in de schaduw van de beeldende kunst. Onterecht; voor het geslaagd samenbrengen van vorm, functie, materiaal en decoratie is een groot kunstenaar nodig. Zijn talent moet wellicht nog verder strekken dan dat van een beeldend kunstenaar.

8. De kunsthistoricus is zelden volkomen onafhankelijk en neutraal. Zijn opvattingen over kunst zijn vaak religieus, ideëel of politiek beïnvloed.

9. Veel kunsthistorische theorieën uit de negentiende eeuw werken vandaag de dag nog door. De onbedorven, door en door christelijke middeleeuwen, de sobere, burgerlijke Gouden Eeuw, de decadente achttiende eeuw, deze begrippen zijn alle geïntroduceerd door de negentiende-eeuwse (kunst)historicus.

10. Promoveren is iets tot de draad uitzoeken, uitrafelen, de rode draad ontdekken, hier op verder borduren, een verhaal weven, de laatste rafeltjes wegwerken en er pontificaal gekleed mee voor de draad komen.

Reacties zijn gesloten.